Instrumenten
De functie van muziek in West-Afrika.
In tegenstelling tot de westerse wereld, heeft de
muziek in West-Afrika geen kunstzinnige betekenis of heeft het geen plezier
of entertainmentwaarde.
In West-Afrika is muziek een manier van leven. Het heeft altijd een grote
sociale en culturele waarde. Muziek is een expressie van het houden van
het leven tijdens feesten en huwelijken, van trots op ceremonies, van
emoties op religieuze ceremonies, van de
kracht van pure liefde en van de creatieve kracht van moed. 
Traditionele muziek is een levend voorbeeld van de culturele erfenis van
West-Afrika. Het haalt zijn oorsprong uit eeuwenoude gewoonten, rituelen
en ideeën. Muziek vertegenwoordigt het West-Afrikaanse leven. Het vergezelt
activiteiten zoals landbouwwerken, vissen, jagen, oude ambachten… en elk
segment van het leven – geboorte, kind zijn, pubertijd, trouw, begrafenis
– is vergezeld met muziek.
Er zijn twee essentiële eigenschappen
van de West-Afrikaanse muziek.
Ten eerste nodigt het de mensen
uit om te anticiperen. De muziekanten en het publiek zijn niet gescheiden
van elkaar… Elke aanwezige participeert door mee te zingen, te dansen
of in de handen te klappen.
Ten tweede vervult muziek een
sociale functie. Het bestaat niet voor zichzelf, maar vertegenwoordigt
een “ positieve invloed " in vele belangrijke gebeurtenissen in het leven
van het individu en van de gehele gemeenschap.
De Djembé
De Djembé is een bekervormige
drum, gemaakt in één stuk uit een uitgeholde boomstam, bedekt met een
geschoren geitenvel. De kracht van de spanning op het vel wordt afgesteld
door touwen en regelt de toonhoogte van de djembé. De Djembé van de solist
is meestal afgesteld op een hogere toonhoogte dan de overige Djembé-spelers
in het ensemble. Djembé wordt gespeeld met de handen. De verschillende
tonen worden verkregen door de positie van de handen en de manier waarop
de handen het vel raken.. Het spectrum van de toon is omvangrijk.. van
een diepe ”bas” in het centrum tot een midden “toon” en een hoge, metalen
“slap” aan de rand van het vel. Elke Djembé solist creëert een eigen stijl
en voegt zijn klanken toe aan de drie basis slagen.
De Djembé
is een instrument dat vreugde uitdrukt, welke je op elk moment, op elke
plaats en op elke gelegenheid kan spelen. Het brengt vriendschap en liefde.
Het is een instrument dat spreekt tegen mannen, vrouwen, kinderen, volwassenen
en oudere mensen… kortom tegen iedereen… Het is een communicatie middel
tussen dorpen, steden, provincies, landen en zelfs continenten. De Djembé
is universeel. Het spreekt alle talen en spreekt tegen iedereen in hun
eigen taal... want iedereen antwoord op ritme.
In het verleden werden de Djembé’s gemaakt door de plaatselijke smid.
De ceremonie voor het maken van een Djembé is nog steeds dezelfde als
20 jaar geleden… In die tijd werd de Djembé enkel voor persoonlijk gebruik
gemaakt. Er was totaal geen commerciële interesse. Niemand zou toen gedacht
hebben om geld te verdienen met het maken van Djembé’s.
De Djembéspeler van het dorp ging naar de smid, gaf hem 10 noten en vroeg
hem om een nieuwe Djembé te maken. Eerst gingen ze op zoek naar een geschikte
boom, meestal een “lenke”. Ze brachten offers, dansten, zongen en speelden
Djembé om tegen de geest van de boom te zeggen dat hij was uitgekozen
en om tegelijkertijd excuses te vragen voor het kappen van de boom. Eens
de boom neergehaald werd de ruwe vorm gekapt en de drum werd uitgehold.
Daarna kwam de volgende ceremonie:
het houtwerk was voltooid en het vel werd geplaatst… de Djembé krijgt
nu zijn persoonlijke “stem”. Voor het vel gebruikte men heel in het begin
antilopevel, daarna is men overgestapt op geitenvel.
De laatste ceremonie kwam, wanneer het vel werd opgespannen en het zijn
eerste klanken voortbracht.
De Dunun
Elke dunun heeft een cilindrische vorm, welke uit één stuk is uitgesneden uit een boomstronk.
Aan beide einden is de dunun bedekt met koeienhuid.
De muzikant bespeelt de drum met een houten stok die hij in één hand houdt.
Met de andere hand bespeelt hij tegelijkertijd, met een ijzeren pin, een ijzeren bel die aan de zijkant van de dunun is bevestigd.
De dunun heeft twee tonen: een open en een gedempte toon. Bij de gedempte toon wordt de houten stok tegen het vel aangedrukt.
Men heeft drie soorten dununs.
De grootste dunun heeft de laagste toon en noemt men de "dununba", de middelste is de "sangban"en de kleinste,
met de hoogste toon, noemt men de "kenkeni".
De "sangban" is het hart van het ritme.
De "dununba" geeft, door zijn ritmische dimensie, kracht en warmte aan het ritme.
De "kenkeni" vervolmaakt en verfijnt de bas-lijn en voegt een andere toon bij.
In sommige regio's spelen ze enkel de "sangban" samen met de "tama" (de zingende drum).
Soms hoor je enkel de "sangban" en de "dununba" samen.
In andere dorpen worden dan weer de drie dununs samen bespeeld.
Dit is echt afhankelijk van de streek, maar ook van het aantal muzikanten die aanwezig zijn.
De ijzeren bellen brengen een ander niveau van toon in het ritme en vullen de lege ruimtes in de bas-lijn van de drums.
Het geluid van de bel speelt een belangrijke rol in de Malinke ritmes.
Het begeleidt de drummer en zijn luisteraars en brengt een ritmische verfijning in het samenspel van de verschillende drums.
De muzikant mag vrij variëren met het belgeluid.
De bellen worden echter niet in elke regio bespeeld.
Er zijn slechts twee plaatsen waar alle drie de dununs voorzien zijn van een ijzeren bel.
Dit is in de regio Kurussa en Kankan.
In Siguri heeft de kenkeni soms geen bel en in Mandiana zijn er (traditioneel) helemaal geen bellen.








